Geschiedenis van de massage
Sinds mensenheugenis worden
vormen van massages gebruikt om te kalmeren, te genezen, of te
stimuleren. Iedere ouder zal intuïtief een kind dat gevallen is, gaan
wrijven op de pijnlijke plek van het lichaam. Zonder dat de ouder het
vaak beseft, zal deze het te veel aan energie, dat in die plaats
aanwezig is in de vorm van pijn, door wrijving weer verder verdelen over
de rest van het lichaam.
In het verre Oosten zijn massage-technieken een
volledige geaccepteerde vorm van behandelen. Er zijn boeken en
geschriften gevonden, waaruit blijkt dat massage en drukpunt-technieken
al meer dan 3000 jaar geleden werden toegepast. We kennen dat
tegenwoordig als de Traditionele Chinese Geneeskunde, waarbij vooral de
acupunctuur ook in de westerse landen een geaccepteerd begrip is
geworden. Vanuit Japan is er een gelijkaardige stroming op gang gekomen
in de vorm van de drukpunt-massage, die Shiatsu wordt genoemd.
De grondlegger van de traditionele natuur-geneeswijzen in Europa is de Griekse geneesheer Hippocrates. Hij schreef in de 5e
eeuw voor Chr. dat een geneesheer naast kennis over kruiden en voeding
beslist ook de vaardigheden moet hebben om te kunnen masseren. Een
tijdgenoot van Hippocrates was de heer Herodicus en hij hield zich ook
al bezig met massage en medische gymnastiek.
In de 5e eeuw na Chr. was er in Europa op medisch gebied nog nauwelijks
ontwikkeling. Toen waren het vooral de Arabieren, die zich bezig hielden
met het bestuderen van de technieken van de Grieken en Romeinen.
Avicenna was zo'n Arabische filosoof en geneesheer uit de 11e eeuw, die
had ontdekt dat het de functie van massage was om de "uitputtende
stoffen" die in de spieren opgeslagen waren, te verspreiden en uit te
drijven.
Tijdens de middeleeuwen had de Rooms-Katholieke kerk een sterke invloed
op de uitoefening van de geneeskunde. Massage werd gezien als onrein en
het was verboden om je teveel over te geven aan "vleselijke genoegens".
Tijdens de 16e eeuw kwam er weer meer belangstelling voor de helende
werking van massage. Dit was vooral te danken aan de Franse arts
Ambroise Paré.
In de 18e eeuw was het de Fransman Tissot, die met duidelijke woorden
omschrijft, hoe massage handgrepen uitgevoerd moeten worden.
In 1810 ontstaat de Zweedse massage, die ontwikkeld is door Per Hendrik
Ling. Hij zocht een vervanging voor gymnastische oefeningen en vond deze
in de vorm van therapeutische massages. Ling heeft in zijn
massage methode een combinatie gemaakt met zijn kennis van gymnastiek en
fysiologie en heeft zich daarbij ook laten inspireren door de Chinese,
Egyptische, Griekse en Romeinse technieken.
De Nederlander Metzger bracht rond 1868 de massage in West-Europa meer
onder de aandacht. Zijn patiënten werden met een laken toegedekt en met
zijn handen onder het laken voerde hij de massage-grepen uit.
Tegenwoordig zien we een enorme ontwikkeling van allerlei massage vormen.
Dit komt met name, doordat de communicatie wereldwijd sterk is
toegenomen. Zo worden massages aangeboden in Hawaï, brengen toeristen hun
massage-ervaring mee terug uit Indonesië en ontdekken ze de werking van
acupunctuur bij de Chinese arts in hun eigen woonplaats.
Het woord massage komt waarschijnlijk uit het Arabisch, want
het Arabische woord Mass betekent drukken. Het Hebreeuwse woord
Maschescht betekent betasten. Voor kneden gebruiken
de Grieken het woord Massein.


